Het voornaamste aspect van de werking van het laboratorium is het analyseren van matrices van humane oorsprong, zoals bloed (serum en plasma), urine, faeces, etters van diverse aard, sputum, sperma, punctaat. Het laboratorium is onderverdeeld in verschillende werkposten : Chemie, Hematologie, Stolling, Serologie, Bacteriologie, en Isotopen.

Laboratoriumtechnologen voeren dagelijks honderden analysen uit op bloed, urine, stoelgang of andere lichaamsmaterialen. De diagnostische specialisten zijn verantwoordelijk voor het goede eindresultaat. Dit trachten ze te doen in nauw overleg met de aanvragers. De resultaten van de onderzoeken laten de arts toe om een welbepaalde ziekte vast te stellen of uit te sluiten (diagnose), om een ziekteproces op te volgen (follow-up), om het effect van een behandeling na te gaan of om aan ziektepreventie te doen.